
Jezus Christus wat een teringbende was mijn reis van Schiedam naar Etten-Leur laatst. Ik dacht: even een simpel trammetje pakken, treintje hier, treintje daar en ik ben er. Nou, vergeet het maar. De NS en ProRail maakten er weer een circus van waar zelfs Toni Boltini een puntje aan kan zuigen.
Het begon al bij tramlijn 21, van huis naar Schiedam Centraal. Een ritje van nog geen 10 minuten, toch? Dacht het niet. Ik sta daar op de halte, in de miezerregen, wachtend op die tram die maar niet komt. Na 15 minuten verschijnt er eindelijk één, maar die is zo vol dat ik me afvraag of ze heel Schiedam in één tram proberen te proppen.
Ik worstel mezelf naar binnen, sta met mijn neus tegen de rugzak van een of andere gozer die ruikt naar knoflook en goedkope deodorant. En dan, halverwege, stopt de tram zomaar. “Technische storing,” zegt de chauffeur. Ja, tuurlijk, waarschijnlijk ligt er weer een verdwaald blaadje op de rails. Na een paar minuten rijden we verder.
Eindelijk op Schiedam Centraal, klaar voor de trein naar Rotterdam. Moet lukken, toch? Het is letterlijk één station verder. Maar nee, de NS heeft andere plannen. “Werkzaamheden aan het spoor,” staat erop het bord. Werkzaamheden? Die gasten zijn al sinds mijn geboorte aan dat spoor aan het klussen, maar het wordt er niet veel beter op. De trein komt uiteindelijk, propvol natuurlijk, zoals altijd. Ik sta in het gangpad, ingeklemd tussen een GroenLinks uitziend vrouwtje met een zelf gebreide trui en een biologisch gezette latte in haar hand die ze op mijn schoenen morst, de trut!.
In Rotterdam moet ik overstappen voor de trein naar Breda. Klinkt simpel, maar dit is de NS, dus natuurlijk is er gezeik. De trein naar Breda heeft 10 minuten vertraging. Waarom? “Een seinstoring.” Natuurlijk, wat anders? Als ik een euro kreeg voor elke seinstoring, zat ik nu op een privéjet naar de Bahama’s in plaats van in een stinkende trein.
Als de trein eindelijk komt, is het weer een gok of je kunt zitten. Ik vind een plekje naast een gast die z’n patat mayo over mijn broek smeert. Bedankt, NS, voor deze luxe ervaring.
In Breda moet ik door naar Etten-Leur. Je raadt het al: de aansluiting is net weg. Waarom? Omdat de NS het concept ‘aansluitingen’ blijkbaar niet snapt. Dus ik sta 29 minuten te vernikkelen op een tochtig perron. De trein naar Etten-Leur komt uiteindelijk, maar je voelt ‘m al aankomen: hij stopt halverwege in een weiland. “We wachten op een tegenligger,” zegt de conducteur. Een tegenligger? Wat is dit, de Middeleeuwen? Gaat er zo een stoomtrein voorbij ofzo?
Eindelijk in Etten-Leur! Wat normaal een uurtje of twee zou moeten duren, kostte me bijna vier uur. Vier uur!En weet je wat het ergste is? De NS heeft het lef om je te laten betalen voor deze ellende. Voor een retourtje Schiedam-Hoeven ben je zo 30 euro lichter, maar wat krijg je ervoor terug? Een hoop gezeik en iedere keer weer hoop je dat je tram, trein of bus überhaupt rijdt. En als ze rijden, is het een gok of je niet ergens in een weiland strandt of met je snufferd in iemands oksel staat. Ondertussen blijven de kaartjes duurder worden, maar de service? Die zakt sneller weg dan Max Verstappen in het F1 kampioenschap.
En dan die onzin over duurzaamheid. “Neem het OV, goed voor het milieu!” roepen ze. Ja, NS, maar dan moet je wel treinen, trams en bussen laten rijden die op tijd zijn. De volgende keer vraag ik mijn buurman met z’n 20 jaar oude rokende diesel, die rijdt voor minder geld in anderhalf uur heen en terug. Of ik blijf gewoon thuis. Want met de NS weet je één ding zeker: je komt te laat, je bent chagrijnig, en je portemonnee is leeg.
